Wat vind JIJ van EERLIJK DELEN?
Het eten van BITTERBALLEN
Stel je voor:
Je zit aan een tafeltje met z’n vieren. Je bent uit, gezellig, en je drinkt een drankje. Er wordt een schaaltje met bitterballen op je tafeltje neergezet. Lekker, je houdt van bitterballen.
[Als je niet van bitterballen houdt mag je hier ook denken aan, bijvoorbeeld, kip-nuggets, slagroomsoesjes, bonbons, wijnballen misschien … , kortom, lekkers dat je in je ééntje opeet en niet kunt delen met een ander. We houden het hier maar op bitterballen.]
De bitterballen zijn gratis, maar onder twee voorwaarden: Ze móeten allemaal op én EERLIJK DELEN!
Nou, dat zal wel lukken! In je ooghoeken zie je overigens dat bij de vier personen aan het tafeltje naast je ook een schaaltje bitterballen wordt neergezet.
Een eerste inspectie leert dat er 11 bitterballen in het schaaltje liggen. Dat is méér dan 2 maar mínder dan 3 per persoon. Er moet dus worden uitgemaakt wie 3 bitterballen krijgt en wie met 2 bitterballen genoegen moet nemen. Voor die beslissing moet dan een criterium worden afgesproken.
Geopperd wordt: “Wie het oudste is krijgt een extra bitterbal…” en “Wie het zwaarste is krijgt een extra bitterbal…” en “Wie het langste is krijgt een extra bitterbal…”. Deze criteria worden allemaal afgewezen; ze zijn ‘vooraf bepaald’ en worden als oneerlijk ervaren. Dan wordt voorgesteld: “Wie het eerste zijn bitterballen achter de kiezen heeft mag een extra bal pakken”. Dát criterium wordt door iedereen aanvaard; het geeft iedereen gelijke kansen. En men begint te eten…
Dan gebeurt er iets onverwachts. Eén van je tafelgenoten heeft zó zitten schrokken dat die nog een vierde bal kon nemen vóór het schaaltje leeg was. En twee van uw tafelgenoten treffen na het eten van twee bitterballen een leeg schaaltje aan vóór zij aan een derde bitterbal toe waren.
Onkies!
Aan het tafeltje naast je heeft men met verbijstering naar dit tafereeltje zitten kijken. Ook zij kregen een schaaltje bitterballen met de voorwaarden 'alles moet op' en 'EERLIIK DELEN'. Maar bij hen lag er één bitterbal méér in het schaaltje: 12 stuks. Ieder kreeg 3 bitterballen. Een criterium hoefde niet te worden bepaald. En geen van hen had het ook maar in zijn hoofd durven halen om zich brutaalweg een vierde bal toe te eigenen, ten koste van een ander!
Wat vind jij van het EERLIJK DELEN motto:
Als ‘t delen van gehelen
niet in gehelen past
is je deel nemen
als méér-dan-één gehelen
STELEN
en dus ongepast!
Wat vind jij van onderstaand (denkbeeldig) feest:
Het Wijnfeest van de Tweede Kamer
“
De partijen die meededen aan de Tweede Kamer-verkiezing besloten een wijnfeest te houden. Er werd een vat aangebroken met een hoeveelheid wijn voor precies 150 volle glazen. Afgesproken werd, dat de wijn verdeeld werd op de grondslag van evenredige verdeling volgens de op de partijen uitgebrachte aantallen stemmen. Ook werd overeengekomen, dat álle wijn zou worden opgedronken én dat alleen uit volle glazen gedronken mocht worden. De Kiesraad werd gevraagd om de wijn te verdelen.
Nadat de wijn verdeeld was hadden alle partijen, conform de evenredige verdeling, een aantal volle glazen en één gedeeltelijk gevuld glas; de kleinste partijen hadden alleen een gedeeltelijk gevuld glas. Duidelijk werd, dat, om alle wijn uit volle glazen te kunnen nuttigen, er wijn moest worden overgeheveld van het éne gedeeltelijk gevulde glas naar het ándere. Maar wíe kreeg nu een vol glas en wíe moest genoegen nemen met een geleegd glas?
Na enige discussie werd er een criterium voorgesteld: wie de minste wijn nodig had om het gedeeltelijk gevulde glas tot vol aan te vullen werd het eerst bijgevuld; daarna kwam wie dán het minst nodig had, en zo vervolgens, tot alle wijn in volle glazen zat. Maar enkele grotere partijen waren het niet eens met deze 'absolute' maat. Zij vonden dat, wie 'relatief' het minst nodig had, een beter criterium was. De bij te vullen hoeveelheid moest worden gedeeld door de totale hoeveelheid die aan de partij was toegewezen. Wie zó berekend het minst nodig had voor een vol glas, werd bijgevuld, vervolgens wie dán het minst nodig had, enzovoort. Na enig gemor werd overeengekomen dat dit laatste criterium moest worden toegepast.
Zo werd begonnen met het overhevelen van de wijn. Glazen werden bijgevuld vanuit gedeeltelijk gevulde glazen van andere partijen.
Totdat de Kiesraad een lelijke truc uithaalde! De Kiesraad zette een extra glas neer bij een partij, waarbij het laatste glas al was bijgevuld, en begon ook dit extra glas bij te vullen! Dat moest zo, aldus de Kiesraad, omdat volgens het criterium bij deze partij de waarde van de hoeveelheid wijn in het bijgevulde glas vermeerderd met de hoeveelheid in het gehele extra glas, gedeeld door de totale hoeveelheid van de betreffende partij minder was dan de overeenkomstige waarde bij de andere partijen! Maar dát was natuurlijk niet de bedoeling! Het ging erom, wie zijn gedeeltelijke glas kreeg bijgevuld, en wie niet. Dáárvoor was het criterium bedacht, eerst het absolute en daarna het relatieve criterium! Maar het was niet de bedoeling om er met extra glazen mee aan de haal te gaan! Dát is niet eerlijk, dát is niet evenredig!
Zo eindigde dit wijnfeest met een oneerlijk slot. Maar de Kiesraad liet zich niet overtuigen, ondanks formele bezwaren en reageerde niet. Daar moet een les uit getrokken worden. Bij een volgend wijnfeest moet maar eens beter over de verdeling van de wijn worden nagedacht. En vooral ook eens principiëler, ook door de Kiesraad!
”
